Schouwburg Kunstmin: interieur als landschap.

Home/Architectuur, Geen onderdeel van een categorie, Kleur, Kunst en cultuur, Natuur/Schouwburg Kunstmin: interieur als landschap.

Studio Makkink & Bey_Kunstmin_Photo Pim Top (5) Studio Makkink & Bey_Kunstmin_Photo Pim Top (6) Studio Makkink & Bey_Kunstmin_Photo Pim Top (8)

Studio Makkink & Bey_Kunstmin_Photo Pim Top (11) Studio Makkink & Bey_Kunstmin_Photo Pim Top (13) Studio Makkink & Bey_Kunstmin_Photo Pim Top (14)

Studio Makkink &Bey_Kunstmin_Photo Pim Top (2) Studio Makkink &Bey_Kunstmin_Photo Pim Top (4) Studio Makkink & Bey_Kunstmin_Photo Pim Top (9)

Het gebouw

Theatergebouw Kunstmin in Dordrecht is na een grootscheepse restauratie onlangs heropend. Het gebouw voldoet nu aan de huidige eisen, waarbij Greiner Van Goor Huijten Architecten respectvol is omgegaan met de bijzondere, functionalistische en toch barokke architectuur van Sybold van Ravensteyn. Martien van Goor leidde Architectenweb rond door het gebouw.

Het negentiende-eeuwse theatergebouw heeft in de jaren negentig nog een verbouwing ondergaan, maar die heeft de exploitatie van de Kunstmin in Dordrecht niet kunnen verbeteren. “Gelukkig is besloten om het gebouw te behouden en geschikt te maken voor de komende decennia”, zegt Martien van Goor, architect-directeur bij Greiner Van Goor Huijten Architecten. ” De Kunstmin is diep verankerd in Dordrecht.”

Het architectenbureau kreeg vier jaar geleden de opdracht voor de restauratie van de Kunstmin, die onlangs is afgerond. Geen eenvoudige restauratie, want het voldoen aan de huidige toneeltechnische en ruimtelijke eisen vroeg om ingrijpende aanpassingen. “Daarbij maak je soms moeilijke afwegingen”, legt Van Goor uit, “Omdat de monumentale kwaliteit en het bijzondere karakter van Van Ravensteyns architectuur moeten worden behouden.”

Akoestische problemen

“Schouwburg Kunstmin in de vorm zoals wij die kennen is in 1890 geopend”, vertelt Van Goor. “Een streng, neorenaissancistisch gebouw, ontworpen door de Rotterdammer Jan Verheul. De ingang zat netjes in het midden van de voorgevel. Er was een grote concertzaal met een toneel. Er werd steeds meer theater geprogrammeerd, maar daar was de zaal akoestisch eigenlijk niet geschikt voor. Men heeft men dat nog geprobeerd op te lossen met een inventief naar voren verrijdbaar toneel, maar stemmen bleven slecht hoorbaar.” In 1937 kregen akoesticus Professor Zwikker en de architect Sybold van Ravensteyn de opdracht voor een renovatie.

Van Ravensteyn heeft de zaal ingekort en een balkon geïntroduceerd om toch het gewenste aantal van 750 zitplaatsen te bereiken. De ruimte die vrijkwam – bij de oorspronkelijke ingang aan de voorzijde – heeft hij gebruikt voor een feestzaal. Als nieuwe entree ontwierp hij een paviljoenachtige foyer.

“Van Ravensteyns architectuur kenmerkt zich door een functionalistisch ontwerp, duidelijk aansluitend bij het Nieuwe Bouwen, in combinatie met barokke vormen in bijvoorbeeld de trappen en beeldhouwwerken.” Het theatergebouw werd in 1940 heropend. Herhaaldelijk volgden verbouwingen en uitbreidingen; in de jaren negentig werd de feestzaal een ‘black box’ en werd een achtertoneel toegevoegd.

Luciferdoosje

Voor de huidige restauratie gold een Plan van Eisen, dat (deels) is gebaseerd op adviezen van het bureau Theateradvies. De kleedkamers aan weerszijden van de toneelvloer zijn weggenomen, waardoor het toneel nu over de volle breedte van het gebouw loopt. Tevens is het toneel verlaagd tot het laad- en losniveau voor vrachtwagens. Het toneelhuis is verhoogd. “De toneeltoren hebben we als een luciferdoosje uit de bestaande toren geschoven”, vertelt Van Goor.

De uitbreiding naar boven is bekleed met wit gecoat glas, wat zorgt voor een fascinerend effect. Het glas lijkt te veranderen van kleur naar gelang de weersomstandigheden. Soms valt de uitbreiding weg tegen de lucht, zoals de architect ook beoogde. De bestaande vensters in het gemetselde deel van de toren heeft de architect ingevuld met hetzelfde glas, wat het ‘luciferdoosje’-effect versterkt.

Het restaureren van het monumentale gebouw betekende ook het herstellen van de fundering – hetgeen circa een jaar in beslag heeft genomen – en het dichten van scheuren in de gevel; verder zijn installaties vervangen en interieuronderdelen, zoals de plafonds in de grote zaal, gerestaureerd. Tevens is onderzoek gedaan oorspronkelijke kleuren en decoraties.

Uitbreidingen die na Van Ravensteyns ingrepen zijn toegevoegd, heeft Greiner Van Goor Huijten Architecten gesloopt. Het bureau heeft nieuwbouw in de lijn van het oorspronkelijke gebouw ontworpen. “Het is nu één volume; oud- en nieuwbouw zijn in ramen en metselwerk familie, maar hebben een andere detaillering en steensoort”, zegt Van Goor. De trappenhuizen bevinden zich achter een glazen strook tussen de oudbouw en de nieuwe uitbreiding. De nieuwbouw bevat de expeditie, het achtertoneel, de kleedkamers, de artiestenfoyer en kantoren.

Zalen

In de zaal heeft het architectenbureau de toneelopening met loges behouden. Het toneel is niet alleen 92 centimeter verlaagd, tevens is het een vlakke vloer geworden. Bijgevolg moest ook de zaalvloer worden verlaagd en is het balkon steiler gemaakt voor betere zichtlijnen. Daardoor moesten hier en daar de betimmering en tegelwanden worden aangeheeld.

De stoelen, ontworpen door Van Ravensteyn, zijn gerestaureerd; de gangpaden, die tussen de stoelen liepen, lopen nu langs de wanden zodat er meer zitplaatsen en goede zichtlijnen zijn. De plafonds zijn hersteld en onzichtbaar van akoestisch materiaal voorzien. In de zaal – net als de foyers – zijn de wanden na kleurenonderzoek teruggebracht naar de oorspronkelijke tinten: zandkleurige schakeringen in plaats van wit.

De kleine zaal is met een inschuifbare tribune multifunctioneel inzetbaar – voor kleinere voorstellingen, maar ook voor recepties en dergelijke. De oorspronkelijke ramen in deze zaal zijn weer te gebruiken en zorgen voor daglicht indien gewenst. Onder de voormalige feestzaal zijn de garderobe en toiletten gesitueerd. Door de zaal iets op te tillen heeft het architectenbureau een goede zichtrelatie vanuit de foyer gerealiseerd. Van Goor: “We wilden niet dat mensen het gevoel hebben in een kelder te moeten afdalen.” Jurgen Bey, die het interieurontwerp voor de gerestaureerde Kunstmin heeft gemaakt, wilde de garderoberuimte blauw. Zelfs de originele garderoberekken zijn deels blauw geverfd; in overleg met Monumentenzorg met een wegneembare verf.

Contrast

Studio Makkink & Bey heeft het interieur van de foyers en de ruimtes voor artiesten en personeel ontworpen. Daartoe behoorden de vloerbedekking, bars en losse meubels. In de verschillende ruimtes zijn andere kleurencombinaties toegepast. “We hebben Makkink & Bey gevraagd omdat ze buiten de gebaande paden treden. Ze zorgen voor een bijzondere toevoeging, een contrast maar met gevoel voor Van Ravensteijn”, legt Van Goor uit.

Voor het paviljoen heeft Studio Makkink & Bey een houten vloer ontworpen. Van Goor: “Van Ravensteyn gebruikte verschillende materialen bij elkaar. Kijk naar de kolommen in de foyer: marmer, koper, mozaiek en een tl-rand. Dat zie je bij de overgang van het paviljoen naar het hoofdgebouw in de vloer terug: op een paar meter verandert de vloer van hout naar travertijn naar tapijt. Daar heeft Makkink & Bey nog eens ander hout aan toegevoegd. Het lijkt veel, maar het werkt.”

Publicatie van Robert Muis.

Afbeeldingen door Pim Top.

2017-10-25T11:37:46+00:00

Bestel kleurstalen

(max. 10 stuks)
Verfijn uw keuze
{{ category.name }}
{{ child_category.name }}
{{ product.post_title }}
{{ active_product.post_title }}
Bekijk winkelwagen